Stereochemie speelt een belangrijke rol bij het ophelderen van het mechanisme
van een reactie. Op zich een ingewikkeld onderwerp, dat we hier slechts ter illustratie behandelen.
Als voorbeeld gebruiken we de nucleofiele substitutie:
het verdringen van een substituent (vaak, maar lang niet altijd een halogeen),
door een andere groep met een vrij electronenpaar (vaak een negatief ion, maar
ook water is een nucleofiel).
Er zijn twee hoofd-mechanismen, met verschillende
stereochemische implicaties. Door een stereochemische analyse van het product kunnen we
afleiden wat het mechanisme geweest moet zijn.
De SN1-reactie
Wat je eerst ziet is de SN1-reactie van 1-broom-1-fenyl-ethaan in water. Die begint met het vertrek van het broom-ion, waarna een platte tussenstructuur wordt gevormd. Het water valt daarna of van dezelfde kant aan, of van de andere kant; beide mogelijkheden zijn even waarschijnlijk. | |
|
|
|
De SN2-reactie
Deze reactie laten we aan twee moleculen plaatsvinden. Links chloormethaan, simpel
en overzichtelijk. Rechts een wat grotere, chirale uitgangsstof: 2-broomoctaan. |
|
|
|
|
Kreeg je verschillende antwoorden op de vragen bij de twee mechanismen?
Zo ja, dan weet je nu hoe je met stereochemie het onderscheid tussen
SN1 en SN2 kunt maken!
Zo nee, begin dan nog eens bovenaan en bekijk de modellen goed.
Kijk tenslotte naar het
.
Om te onthouden: de SN1-reactie begint met 1 molecuul (wat
uiteenvalt), de SN2-reactie begint met 2 moleculen, die
samen reageren.
Dit is het einde van dit module over stereochemie. Als je wilt kun je nog een test doen.
Er zijn nog andere modules over Polymeerchemie, Spectroscopie en Enzymen.
De pijl hieronder brengt je terug bij de beginpagina.
![]() |
test |
![]() |