Introductie
De volgende modellen zijn koolwaterstoffen, moleculen bestaande uit koolstof- en waterstofatomen. Er zijn verschillende groepen koolwaterstoffen: bijvoorbeeld alkanen, cycloalkanen, alkenen en alkynen.
Alkanen zijn koolwaterstoffen met enkelvoudige bindingen tussen de koolstof-atomen.
Vormen deze atomen een ring, dan spreken we van cycloalkanen.
Alkenen zijn koolwaterstoffen met één of meer dubbele bindingen, dus
minstens één extra binding tussen twee atomen.
Alkynen zijn koolwaterstoffen met één of meer drievoudige bindingen, dus tussen twee atomen drie bindingen.
Deze klassen hebben elk hun karakteristieke kenmerken voor de ruimtelijke
structuur, die we hieronder behandelen.
1a. Methaan
Methaan, het simpelste alkaan, is het hoofdbestanddeel van aardgas.
Methaan is kleur- en reukloos, daarom voegt men bij het aardgasbedrijf geurstoffen toe aan het gas zodat mensen
gewaarschuwd worden door de geur. Verder is het een slecht in water oplosbaar gas, dat vloeibaar wordt bij -164 °C. Het is zeer brandbaar en kan met lucht een explosief mengsel vormen.
Koolwaterstoffen waarin geen dubbele bindingen voorkomen zijn opgebouwd uit tetraeders. Een tetraeder is een regelmatig viervlak; een driehoekig grondvlak mat drie opstaande zijden. Aan de hand van de volgende vier modellen wordt je duidelijk hoe deze vorm opgebouwd is.
Model 1:
In dit model is een tetraeder afgebeeld. Door met de muis te slepen (linkermuisknop ingedrukt houden en de muis bewegen) kun je het model roteren. Probeer zo de ruimtelijke vorm te zien.
Een belangrijke eigenschap van deze tetraeder is dat de vier hoekpunten
equivalent zijn: ze zijn qua onderlinge orientatie niet van elkaar te
onderscheiden. Alle onderlinge afstanden en hoeken zijn gelijk.
|
|
Model 2:
In dit model is maar één ding veranderd ten opzichte van het vorige model, de vier hoekpunten zijn met lijnen verbonden met een donkergrijs punt in het
zwaartepunt van het viervlak. Zoals je weet bestaat de stof methaan uit een C-atoom en vier H-atomen. Het donkergrijze punt wordt straks het C-atoom (Elke atoomsoort heeft in elk model dezelfde kleur. Elk donkergrijs atoom is dus koolstof). De verbindingen vanaf de hoekpunten naar het donkere middelpunt zijn werkelijk bestaande (covalente) atoombindingen.
|
|
Model 3:
Zoals je ziet zijn de hoekpunten vervangen door witte bollen, dit zijn H-atomen. Het middelpunt is nu een donkergrijze bol geworden, dit is het C-atoom. De blauwe lijnen tussen de H-atomen zijn geen bindingen, ze zijn alleen in het model aanwezig om de tetraeder zichtbaar te maken. De bindingen van de H-atomen naar het C-atoom bestaan wel echt, en bestaan -zoals je weet- uit twee gemeenschappelijke electronen van de twee atomen.
|
|
Model 4:
|
|
Bepaal de regelmaat van deze laatste structuur door de onderlinge afstanden en hoeken te meten en te vergelijken.
De afstand wordt hier gemeten in Angstroms (Å), 10-10 m of 0,1 nm.
Dubbelklik op twee atomen om hun onderlinge afstand te meten.