Electrofiele aromatische substitutie is een twee staps proces dat verloopt via een positief geladen tussenliggende toestand. De overgangstoestand van de eerste snelheids bepalende stap komt overeen met deze tussenliggende toestand. We willen nu de hypothese testen dat substituenten die de positieve lading stabiliseren, de reactie snelheid doen toenemen. Deze stabilisatie hangt af van de positie van de substituent met betrekking tot de positieve lading en is de reden voor het richtende effect die de substituenten hebben.
In het eerste deel van deze oefening kunnen sustituenten geintroduceerd worden
in twee verbindingen die dienen als model voor de overgangstoestand.
Beide zijn structuren met een positieve lading die gestabiliseerd of
gedestabiliseerd wordt door substituenten in bepaalde posities. Op deze manier
kunnen de effecten vergeleken worden die een substituent heeft in de meta
of para positie (De ortho positie wordt vaak niet meegenomen in deze
studies, omdat het een sterisch effect introduceert bovenop het elektronisch
effect dat we hier willen bestuderen).
|
|
Een andere aanpak is de computationele simulatie van de eerste stap van de substitutie reactie. Dit geeft voor elke positie de waarde van de activeringsenergie. Gebruikmakend van deze informatie kunnen niet alleen de meta en para posities vergeleken worden, maar het verschil met de ongesubstueerde verbinding. Met andere worden: is de substituent activerend (leidt tot een lagere activeringsenergie) of deactiverend in vergelijking met benzeen.
Het is moeilijker om te zien waarom of hoe een substituent
de positieve lading stabiliseert in het benzenonium intermediar of het
benzyl kation.
In de regel zijn bij berekeningen (van alkanen) C-H bindingen gepolariseerd,
met ladingen van C -0.22, H +0.22.
Bij het benzenonium ion hebben de ortho C's een lading van ongeveer nul en de
para 0.14, wijzend op ladingdonatie. Dus ortho C's worden minder
negatief en meer positief.
Een andere methode van vergelijk is door de lading van waterstof op te tellen
bij die van de koolstof waar deze aan gebonden is.
Deze informatie is te vinden in de outputfiles, de mopac.arc en mopac.out
files, die na afloop van de berekening op de resultaten pagina vermeld worden.
Ladingen op koolstof in het benzenonium ion: C -0.2328 geprotoneerde C C 0.0491 ortho tov C1, meer positief C -0.2115 meta, geen effect C 0.1399 para, meer positief C -0.23 meta C 0.0469 ortho, meer positief
Je kunt de mopac.arc files aanklikken na afloop van de berekening om de ladingen te bekijken van de structuur. Controleer dit voor de meta-OH en de para-OH (koolstof en zuurstof!).
Kun je nog een andere manier bedenken voor de analyze van het verschil in
ladingsstabilisatie tussen de ortho/para en meta posities, voor b.v. de
chloor als substituent?
(hint: geometrische aspecten?)